Zorg en aandacht

Kinderen hebben veel nodig om een school met succes te doorlopen. Goed onderwijs is belangrijk, maar ook zorg en aandacht. Het ‘zien’ van de kinderen is daarbij voor ons de basis. Dat begint met zien dat zij een nieuwe trui aanheeft en daar iets over opmerken. Of zien dat hij een beetje verdrietig is en hem dus een aai over zijn bol geven. Tijd maken voor een gesprekje omdat je ziet dat zij niet zo goed in haar vel zit. Alle kinderen willen graag aandacht en ieder kind heeft van tijd tot tijd wat extra aandacht en zorg nodig. Voor de meeste kinderen blijft het daarbij. Voor sommigen moeten we structureel extra zorg en aandacht regelen.  

Zorg en aandacht begint in de klas en bij de eigen leerkracht. Constateert deze dat het met een leerling niet goed gaat, dan probeert hij of zij dit in eerste instantie binnen de groep op te lossen. Lukt dit niet, dan wordt de intern begeleider ingeschakeld. Dit gebeurt niet alleen wanneer de prestaties van een leerling achterblijven bij de rest van de groep. De leerkracht schakelt de intern begeleider ook in wanneer zij denkt dat een leerling problemen heeft die hem of haar hinderen bij het leren. Zij doet dit bovendien wanneer een leerling, ondanks alle extra’s die wij te bieden hebben, nog steeds onvoldoende wordt uitgedaagd.

De vakleerkracht bewegingsonderwijs van onze school biedt ten slotte motorische remedial teaching aan kinderen die zich op motorisch gebied onvoldoende ontwikkelen. De kinderen worden daartoe aan het begin van groep 3 gescreend.

Meten van de vorderingen

Om hun vorderingen te meten, toetsen wij al onze leerlingen met enige regelmaat. In de groepen 1 en 2 nemen we toetsen af via het leerlingvolgsysteem Pravoo. Daarnaast laten we de kinderen de Cito-toetsen ‘Taal voor kleuters’ en ‘Ordenen’ maken. We toetsen bovendien het fonemisch bewustzijn en de letter en cijferkennis. Vanaf groep 1 leggen we ook de sociaal-emotionele ontwikkeling van de kinderen vast. De kinderen in de groepen 1 en 2 worden daarnaast geobserveerd door de eigen leerkracht. Deze legt haar observaties vast met behulp van het leerlingvolgsysteem van Pravoo.

Vanaf groep 3 toetsen we de leerlingen op de gebieden rekenen, spelling, lezen en begrijpend lezen. We gebruiken hiervoor de toetsen die bij de methodes horen en de tussentijdse toetsen van Cito. Groep 7 maakt de Entreetoets van Cito, die aangeeft wat de verwachte score is op de eindtoets en laat zien op welke gebieden de leerling nog wat extra zou mogen oefenen. De kinderen van groep 8 maken allemaal de Cito-eindtoets.   

Het team bespreekt een aantal keren per jaar de Cito-resultaten van alle groepen. We analyseren dan de resultaten, bespreken de trend en de aanpak per kind of per groep. Deze wijze van werken gaan we de komende jaren verder ontwikkelen.

Handelingsplan

Het observeren en toetsen van onze leerlingen, biedt ons de kans om vroegtijdig problemen te signaleren. Blijkt dat een leerling de leerstof niet goed begrijpt, dan zorgt de leerkracht in eerste instantie voor herhaling. De uitkomsten van de toetsen worden in het team besproken. Dit kan ertoe leiden dat het onderwijs voor een individuele leerling of een groepje leerlingen wordt aangepast. De intern begeleider van onze school bespreekt de uitkomsten van de toetsen van het leerlingvolgsysteem met de leerkrachten.   Zij kijken dan samen of het verstandig is om een handelingsplan voor een leerling of een groepje kinderen te maken. Hierin staat niet alleen wat het probleem is, maar ook welke middelen de komende tijd worden ingezet om dit probleem aan te pakken. Mocht het handelingsplan niet het gewenste resultaat opleveren, dan onderzoeken we op welke wijze we dit specifieke kind de juiste begeleiding kunnen bieden. Deze wijze van werken gaan we de komende jaren verder ontwikkelen.  

Kinderen kunnen een handelingsplan krijgen wanneer zij een achterstand hebben op een bepaald leerstofonderdeel of op sociaal-emotioneel gebied, maar ook wanneer zij een voorsprong op deze terreinen hebben. De leerkracht gaat hiermee in de klas gedurende zes tot acht weken aan de slag. De resultaten worden vervolgens geëvalueerd. De ouders worden uiteraard betrokken bij het feit dat wij met een handelingsplan gaan werken. Wij bespreken bovendien het resultaat en de eventueel gewenste vervolgstappen met hen.

Externe ondersteuning

Soms heeft een leerling problemen die te ingewikkeld voor ons zijn. Wij kunnen dan een externe deskundige vragen om te onderzoeken wat de oorzaak van de problemen is. Het advies dat deze geeft, wordt uitgewerkt in een handelingsplan. Dit wordt uiteraard ook met de ouders van de betrokken leerling besproken. In de meeste gevallen zijn wij zelf in staat om de hulp uit dit handelingsplan te bieden. Soms zijn de problemen zo groot dat wij hulp van buiten de school moeten inschakelen. Het kan ook gebeuren dat wij, in overleg met de ouders, een zogenaamd ‘rugzakje’ voor de leerling aanvragen. In dit rugzakje zit geld waarmee de ouders voor hun kind de benodigde hulp en begeleiding kunnen inkopen.  

Meerbegaafdheid

Het kan natuurlijk ook gebeuren dat een leerling voortdurend onder zijn of haar niveau werkt. Kinderen die de leerstof te gemakkelijk vinden, gaan vroeg of laat slechter presteren. Wij proberen daarom ook vroegtijdig te signaleren of een leerling meerbegaafd is. Is dit het geval, dan krijgt hij of zij extra uitdagende leerstof. Kinderen die meer aankunnen, worden bovendien uitgedaagd om zich in geheel nieuwe dingen te verdiepen. Uitgangspunt hierbij is dat de kinderen ook hun eigen belangstelling mogen volgen.

Doubleren en versnellen

Alle kinderen doorlopen in principe in acht jaar onze school. Haalt een leerling voor meerdere vakken niet de minimale einddoelen voor een schooljaar, dan kunnen wij besluiten hem of haar dit jaar over te laten doen. Wij kunnen ook besluiten de kleuterperiode een jaar te verlengen omdat dit voor de ontwikkeling van het kind beter is. Wij laten een kind uitsluitend een jaar langer ‘kleuteren’ of een jaar overdoen wanneer wij verwachten dat dit goed is voor de ontwikkeling van het kind.

Wij hebben een protocol voor het doubleren en het versnellen. Dit laatste komt bij ons op school overigens niet tot nauwelijks voor.

Kinderen met een rugzakje

Onze school staat in principe open voor alle kinderen. Ook wanneer zij een motorische handicap hebben, slechthorend zijn, een stoornis uit het autistisch spectrum of het Syndroom van Down hebben. De grenzen liggen wat ons betreft bij:

•           Kinderen die de veiligheid en rust van andere leerlingen in gevaar brengen.

•           Kinderen die het leerproces van anderen ernstig verstoren.

•           Kinderen die zoveel extra of gespecialiseerde verzorging of behandeling nodig hebben dat het onderwijs niet voldoende tot zijn recht kan komen.

•           Een gebrek aan opnamecapaciteit, veroorzaakt door het feit dat een groep al meerdere kinderen met een rugzakje bevat.

Basisscholen zijn wettelijk verplicht om ervoor te zorgen dat ook kinderen met leer- en gedragsproblemen zoveel mogelijk naar de gewone basisschool kunnen gaan. Om dit te realiseren, moeten basisscholen en scholen voor speciaal onderwijs met elkaar samenwerken op het gebied van leerlingenzorg. De openbare basisscholen uit Zuidhorn, De Marne, Bedum en Winsum maken deel uit van het Samenwerkingsverband Noord Groningen.

De scholen voor speciaal onderwijs bieden indien nodig ambulante begeleiding van leerlingen met een rugzakje. Zij kunnen bovendien een deskundig advies geven met betrekking tot de hulp die een leerling nodig heeft.

Coördinatie leerlingenzorg

De leerlingenzorg wordt binnen onze school gecoördineerd door de intern begeleider. Leerkrachten én ouders kunnen bij haar terecht wanneer zij zich zorgen maken over het gedrag, het leren of de ontwikkeling van een kind. De intern begeleider kijkt wat er aan de hand kan zijn, schakelt indien nodig een externe deskundige in en koppelt dit uiteraard terug op de leerkracht en de ouders. De intern begeleider ondersteunt de leerkrachten bij het schrijven van een handelingsplan. De interne begeleiders van de verschillende scholen voeren regelmatig overleg en maken gebruik van elkaars deskundigheid.   

Samenwerking met externe organisaties

Om iedere leerling de zorg te kunnen geven die hij of zij nodig heeft, werken wij samen met externe en deskundige organisaties. Het gaat hierbij om:

•           Schoolbegeleidingsdienst Cedin

•           Logopedie

•           Diverse scholen voor speciaal (basis)onderwijs

•           GGD (schoolarts, verpleegkundige,

            sociaal-verpleegkundige)

•           Maatschappelijk Werk Noordermaat

•           Hanzehogeschool

GGD

Op De Borgh valt uw kind onder de zorg van de sector Jeugdgezondheidszorg van de GGD Groningen. Medewerkers van deze organisatie onderzoeken in groep 2 het spraakvermogen, het gehoor- en gezichtsvermogen en lengte en gewicht van uw kind. Zit uw kind in deze groep, dan krijgt u bovendien een uitnodiging voor een gesprek met een verpleegkundige of arts over de gezondheid van uw kind. De verpleegkundige van de GGD meet in groep 7 de lengte en het gewicht van uw kind en vraagt u ook om van te voren een vragenlijst over zijn of haar gezondheid in te vullen. U kunt daarbij ook aangeven of u prijsstelt op een gesprek of onderzoek. De schoolverpleegkundige van de GGD houdt overigens iedere woensdag, behalve in de schoolvakanties, van 13.00 uur tot 14.00 uur een spreekuur in het consultatiebureau naast onze school.

De verschillende onderzoeken worden uitsluitend gedaan wanneer de ouders hiervoor toestemming geven.  

Zorgadviesteam

Het Openbaar Onderwijs Zuidhorn beschikt over een zorgadviesteam. Hierin zitten vertegenwoordigers van Thuiszorg Groningen, GGD Groningen, Bureau Jeugdzorg, Stichting Noordermaat en Cedin. Scholen en ouders kunnen een leerling ter bespreking in dit team inbrengen. Het gaat hierbij altijd om kinderen die gedrag vertonen dat erop duidt dat zij met problemen kampen. Dit kunnen problemen in de thuissituatie zijn, maar de problemen kunnen ook in het kind zelf zitten. Soms gaat het om een combinatie van problemen, die zich meestal buiten de school afspelen. De school kan er weinig invloed op uitoefenen, maar wel de signalen herkennen. Angst, verdriet of machteloosheid komen namelijk vaak tot uiting in het gedrag van een kind. Het kan dan ineens heel erg stil worden, of juist druk of agressief. Is dit het geval, dan kan de school het zorgadviesteam om hulp vragen. De leden van dit team kunnen de ouders en de school goed adviseren en indien gewenst ondersteunen. Ze weten bovendien de weg naar andere mensen en instellingen die hulp kunnen bieden. Samen met de ouders, de school en het kind wordt gezocht naar oplossingen, zodat het met het kind weer beter kan gaan op school.

De school overlegt uiteraard altijd eerst met de ouders voordat het zorgadviesteam wordt ingeschakeld.

 
   
 
Deze site is 373997 keer bezocht
Powered by Jinny CMS
© 1999-2009 OBS De Borgh